Ademnood!

Al bijna een jaar lang zijn we beperkt in ons doen en laten door het coronavirus dat over de wereldbol raast. Ik heb gemerkt dat deze beperkingen heel veel met mijn gemoedstoestand doen. Het benauwt mij, alsof ik niet genoeg zuurstof binnen krijg. Laten we zeggen ik wordt er niet vrolijker van! Maar tijdens deze lockdown ben ik mij steeds meer gaan beseffen dat leven met beperkingen iets is waar de Tibetanen dagelijks mee te maken hebben. Niet voor een jaar maar al jaren.

Beperkingen die vooral hun identiteit afneemt. Zo wordt er al jaren op scholen alleen nog maar lesgegeven in het Chinees, niet in het Tibetaans. Maar ook beperkingen op religieus gebied. Zo wil de Communistische partij dat Tibetanen zich minder bezighouden met het Boeddhisme maar het pad van de communistische partij volgen.
Beperkingen die voor de Tibetanen elke seconde van de dag voelbaar zijn maar ook voor de toeristen. (Wanneer die toegelaten worden). Dit merk je als toerist al bij aankomst op de luchthaven. Zware controles van bagage en grondig fouilleren.

Hieronder lees je het hoofdstuk ademnood uit mijn boek over mijn ervaring toen ik voor de eerste keer voet op Tibetaanse bodem zette:

Ik weet inmiddels uit eigen ervaring, dat je gewoon kunt ademhalen wanneer je uit het vliegtuig stapt op de luchthaven Gonggar in Tibet. Dat maakt dat ik nu een stuk rustiger ben, merk ik. Tijdens mijn vorige trip naar Tibet spookten de raarste gedachten door mijn hoofd, toen ik in het vliegtuig naar Tibet zat. Zo dacht ik dat, als ik uit het vliegtuig zou stappen, ik geen zuurstof meer kon inademen en langzaam zou stikken. Maar toen ik voor de eerst keer de buitenlucht mijn mond inzoog, bleken mijn gedachtes gelukkig niet waar. Begrijp me niet verkeerd, hoor, je merkt hier echt wel dat de lucht minder zuurstof bevat, maar wat wil je: Lhasa ligt op 3647 meter hoogte! Vandaag was het uitzicht op de hoge bergen vanuit het vliegtuig fantastisch. Het was helder weer en ik had het gevoel dat ik de besneeuwde bergtoppen met mijn handen kon aanraken.

Was er in Nepal al een behoorlijk strenge controle met stickers op de bagage en in en op het paspoort. Hier in Tibet is het nog een tandje erger. Ik herinner mij nog als de dag van gisteren hoe iedereen twee jaar geleden bij aankomst zijn ‘Lonely Planet’ in moest leveren. De Dalai Lama heeft het voorwoord geschreven en dat op zich is voor de Chinese overheid al een reden om het boek in te vorderen, ongeacht wat er geschreven staat. Ik had deze pagina er voor de zekerheid netjes uitgescheurd en achtergelaten in Kathmandu. Omdat ik na het landen mij eerst even wilde opfrissen op het toilet belandde ik als laatste in de rij voor de controles. En dat bleek achteraf mijn geluk. Ik keek toe hoe iedereen uit de groep zijn koffer open moest maken en hoe deze heel precies werd uitgekamd. Echt alles werd opgepakt en bekeken. De ‘Lonely Planet’ boeken werden meteen in beslag genomen. En toen was het mijn beurt. Met lood in mijn schoenen liep ik met mijn karretje met bagage naar de tafel, naar de security. Wetende dat aan die stapel boeken nog een boek zou worden toegevoegd. In mijn hoofd gingen allerlei radertjes draaien: hoe moet ik nou op rondreis door Tibet zonder ‘Lonely Planet’! Het zweet brak mij uit. Maar als door een wonder mocht ik van de securitybeambte doorlopen met de ‘Lonely Planet’ nog in mijn bagage!

Jokhang

De luchthaven Gonggar doet eerder Chinees aan en ik heb hier dan ook niet het idee dat ik in Tibet ben aangekomen. Alles is heel modern en blinkt je tegemoet. Was ik de vorige keer met een groep van meer dan 10 personen, nu, vormen Willy en ik met z`n tweeën een groep. Dat was nodig om het visum naar Tibet rond te krijgen. Ik merk dat ze daarover hier verbaasd staan, wat mij weer verbaast, want het zijn hun eigen regels! Dölma onze gids deze week, wacht ons op en we lopen over de parkeerplaats naar onze chauffeur Lobsang. We krijgen als welkom een khata omgehangen. Als we in de minibus de Yarlung Tsangpo rivier volgen naar Lhasa lijkt er niets veranderd zijn in die twee jaar. Maar hoe dichter we bij de hoofdstad komen, hoe meer veranderingen ik zie. Zo lag het treinstation eerder in the middle of nowhere, maar nu zijn er rondom hoge, glanzende gebouwen, alsof er een nieuwe stad omheen gebouwd is. Het eerste uitzicht op de stad wordt geruïneerd door een lelijk reuzenrad en volgens Lobsang staat deze hier permanent. Bovenop het Potala Paleis wappert nog steeds de rode vlag met gele sterren. Sommige dingen veranderen helaas niet!

Als we na aankomst ingecheckt hebben in het Yakhotel krijgen we een kamer op de vierde verdieping. Het drong niet meteen tot mij door, maar toen we na veel gehijg en gepuf boven aankwamen, waren we het samen meteen eens om bij de receptie een kamer te vragen op de eerste verdieping. Door het traplopen merk je pas hoe snel je hier buiten adem kan raken. We laten onze spullen achter in de kamer en regelen een kamer op de eerste verdieping. We mogen alles laten staan en het hotel zorgt ervoor dat onze spullen op de nieuwe kamer komen voordat we terug zijn. Wat een service!

Op weg naar het oude centrum valt het mij meteen op dat er geen militairen meer in hun glazen hokjes op de hoek van de straten staan. In mijn ogen een verbetering. Voordat we het Barkhorplein op kunnen, moeten we eerst door een securitycheck. De tas gaat door een scanner en dan mogen we doorlopen het plein voor de Jokhang op. Willy kijkt mij vragend aan, maar dit is voor mij ook nieuw! Vanaf de daken worden we geobserveerd door camera`s en militairen. Ook het grote aantal rode vlaggen op de daken is nieuw voor mij. De kraampjes met gebedsvlaggen, malakettingen van de Barkhormarkt zijn hier allemaal weggehaald en staan in de tegenover het plein gelegen straat. Wat mijn hart goed doet, is dat er veel Tibetanen in hun authentieke kleding de kora om de Jokhang lopen. We lopen een rondje met ze mee. Hier gaat mijn hart sneller van kloppen en wat mooi om te zien. Als ik hier zo te midden van alle pelgrims loop, wil en kan ik het gevoel van thuiskomen niet meer onderdrukken. Een gevoel van blijdschap dat ik hier weer mag zijn, maar ook een gevoel van verdriet, omdat er toch zo veel veranderd is in korte tijd.

Bronnen: The economist, Boek: Nepal & Tibet, goden en devotiefoto top: Bharkor

 

Facebooktwitterpinterestmail