China wil dat wij Ilham Tohti vergeten

Delen:
China wil dat de wereld Ilham Tohti vergeet.
De Oeigoerse criticus zit al 2 jaar gevangen, hij is veroordeeld tot levenslang.

Ilham Tohti, een vooraanstaande Oeigoerse econoom en vreedzaam criticus van de Chinese regering, zit sinds twee jaar in de gevangenis van het Xinjiang People’s High Court wegens vermeend ‘separatisme’. Hij  werd veroordeeld na een oneerlijk proces. Tohti en zijn familie hadden al jaren doorstaan van pesten en periodes van huisarrest door staatsagenten, maar in september 2014 vond Beijing het blijkbaar noodzakelijk om hem permanent buiten beeld te plaatsen.
Ilham Tohti sprak in 2009 tot de studenten van de Minzu Universiteit van China.
Ilham Tohti spreekt in 2009 aan de Minzu Universiteit van Peking van Beijing. © 2009 Associated Pres


Sindsdien zijn mensenrechtenverdedigers en de rechtsstaat in China onder de loep genomen door de regering van president Xi Jinping. Maar de dynamiek in Xinjiang – een regio die synoniem staat voor een brede discriminatie tegen de overwegend Oeigoerse moslimbevolking, de beperkingen van religie en meningsuiting, economische ontwikkelingsplannen die Han-Chinees boven Oeigoeren bevoordelen, en nu een hoogst gepolitiseerde terrorismebestrijding tegen geweld, bieden een vruchtbare grond voor verdere ernstige mensenrechtenschendingen.

De tekens zijn onheilspellend: beperkingen op het veiren van de Ramadan zijn nu realiteit, en sommige Oeigoeren moeten nu DNA-monsters en andere biodata geven om een paspoort te verkrijgen. De staatsmedia van China rapporteren over terrorismebestrijding wanneer het politiek handig is om dit te doen, maar we weten niet hoeveel inwoners vbij deze razzia’s om het leven komen, hoe de gedetineerden in verband met deze operaties worden behandeld of zelfs of de staat reageert op een geloofwaardige, bestaande dreiging. Honderden – misschien duizenden – Oeigoeren zijn het land ontvlucht, waarvan sommigen door de Chinese regering gedwongen zijn teruggekeerd.

Ilham Tohti
Tohti was in de positie om sommige van deze spanningen te verminderen. Hij was kritisch en droeg oplossingen aan om de economische discriminatie tegen Oeigoeren aan te pakken. Hij sprak passievol over hoe een onafhankelijk rechtssysteem misstanden in de regio zou kunnen verlichten. En misschien het belangrijkste, hij hielp de mensen die Xinjiang in de gaten hielden binnen en buiten China, de ontwikkelingen daar te begrijpen, en hij moedigde een vreedzaam debat aan – zonder geweld – tussen studenten, geleerden en anderen.

Met hartverwarmende steunbetuigingen van solidariteit en erkenning hebben de Stichting Martin Ennals en het Europees Parlement onlangs aangekondigd dat Professor Tohti dit jaar een finalist is voor hun prominente mensenrechtenprijzen. Maar als Beijing eigenlijk serieus was over stabiliteit, economische ontwikkeling en respect voor de mensenrechten in Xinjiang, zou het zichzelf en vele anderen de belangrijkste prijs geven: de vrijheid van Ilham Tohti.

De Oeigoeren: In 2009 werd de wereld opgeschrikt door etnische onlusten in China. Het was de ergste situatie in China sinds de opstand in Tibet in maart 2008 door het Chinese leger werd neergeslagen. In 2009 kwamen in ieder geval 156 mensen om het leven toen de Oeigoeren in gevecht kwamen met de Chinese oproerpolitie. Honderden Oeigoeren raakten gewond, en eveneens honderden werden opgepakt en gevangen gezet.
Oeigoeren hebben een Turkse oorsprong. Ook hun taal lijkt op het Turks en kent geen Chinese klanken. Het Oeigoerse volk werd tijdens de Middeleeuwen verdreven uit Mongolië door de Kirgiezen. Ze kwamen vervolgens in Oost-Turkestan terecht, het tegenwoordige Chinese Xinjiang. In de 15 eeuw bekeerden de Oeigoeren zich tot de soennitische Islam. In 1949 lijfde China dit deel van de wereld in en werd wat toen nog Oost-Turkestan heette veranderd in Xinjiang. In de staat is het verboden om Turkse woorden te gebruiken en zijn moskeeën, islamitische scholen en gebedshuizen van andere geloven tevens gesloten door de Chinezen.

Bronnen: Mens-en-samenleving.infonu.nl; Human Rights Watch/Sophie Richardson HRW.org