Tibet, mijn vaderland. Een familiegeschiedenis door Ugyan Norbu.

Delen:

Mijn vaderland, Tibet, zoals het was:

Ik ben geboren in de hooglanden van Tibet in een zeer klein plattelandsdorp in 1947 in Padruk.
Padruk is het gebied van Gangri Chomolangma, dat naar het binnenland van Tibet kijkt. Men zou het eigenlijk het “Chomolangma (Mt.Everest)-gebied” kunnen noemen, dat zou deze regio het beste beschrijven.

Mijn geboorteplaats was een dorp genaamd Pey-ser in de Dingvallei in Padruk. Pey betekent ‘richtsnoer’ en ser betekent ‘goud’, dus men zou het een gouden dorp kunnen noemen.
Het is één van wel 160 kleine steden, dorpen, kloosters en nonnenkloosters in Padruk. Het is een dorp zonder enige vorm van moderne bemoeienis, puur in zijn natuurlijke kenmerken. Stadjes en dorpjes in de omgeving variëren in omvang van drie- tot honderdvijftig gezinswoningen.
De mensen uit deze regio staan ​​bekend als de Toepa’s van Tibet. Deze regio is de hoogste regio van Tibet, en in feite de hoogste van de wereld. Het woord toe betekent ‘hoog’, en Toepa betekent ‘hooglander’, iemand die in de hooglanden woont.

Padruk kan worden verdeeld in twee delen; het bovendeel (ca.5500 m) met Za Ron Doe-ngak Choeling rechts bovenaan, vormt de basis van  de heilige Gangri Chomolangma. In het lager gelegen deel (ca. 4000 m) eindigt Padruk bij de stad Karta, nabij de grens met Oost-Nepal.
Padruk heeft als unieke eigenschap dat alle rivieren vanuit Za Ron Doenga Choeling er samenkomen, voordat zij als één stroom verder gaan, richting richting Karta, waar het Padrukgebied eindigt.
Er is in het Padrukgebied een uitgebreide variatie aan flora en fauna. Er is droog land en grasland dat pang genoemd wordt, een Tibetaanse term voor grasland geteeld op heuvelhellingen van veen.

Khata ligt boven de 3000 meter en Dretang iets onder 3000 meter, zij vormen het grensgebied met oostelijke Nepal. Karta en Karta-stad in het onderste gebied van Padruk zijn veel warmer en rijk aan bebossing, bosbouw, fruit en bessen. Veel soorten gewassen, wortelgewassen en groenten worden hier verbouwd.
In Padruk worden verschillende soorten houtsoorten geproduceerd. Houten bouwmaterialen, houten bestek, houten kommen, en houten meubels komen uit deze regio. Het is heel anders dan de bovenste regio’s, met name de Za Ron Doe-nga Choelingvallei, Ding, Zambuk, Choezon, Choepu en Kaptrak.

Pey-ser, waar ik geboren ben, ligt in de Dingvallei. Dat is niet meer dan 40 kilometer van Za Ron Doe-Ngak Choeling en Gangri Chomolangma. In mijn jeugd had Pey-ser niet meer dan zes huishoudens, maar het waren grote gezinnen.
Minstens drie van deze families waren nauw verbonden met de familie van mijn grootouders Nyima Tsering en Phurbu Bhuti. De familie stond bekend als Nangchuwa (klein huis). Ze hadden 12 kinderen. Wangchuk Gyalpo was hun oudste zoon en de jongste was Pasang Norbu. Mijn moeder was de één-na-jongste en ongeveer een jaar ouder dan Pasang Norbu.

Pasang Norbu was getrouwd, maar had geen eigen kinderen en hij is in 2015 op 86-jarige leeftijd overleden. Pangang Norbu en zijn vrouw leefden in een deel van het oorspronkelijke familiehuis Nangchuwa. Zij reisden tussen de bergvalleien van Za Ron Doe-Nagak Choeling, aan de basis van de heilige Gangri Chomolangma (Mt.Everest) en Palung Gonpa.
De laatste twintig jaar van zijn leven heeft hij veel van zijn tijd in gebed en meditatie doorgebracht. Er was verder niet veel meer dat hij nog kon doen. Hij was de laatste van Nangchuwa Nyima Tsering en Phurbu Bhuti’s kinderen. Ik heb zoveel mogelijk contact met hem gehouden ook al kon ik hem niet meer persoonlijk bezoeken. Ik kreeg eenvoudigweg geen visum. Zulke dingen maken me boos nu ik ouder word.

Mijn overgrootvader stond bij de lokale bevolking bekend als Palung Aku Leeya, heeft mijn moeder mij verteld.
Aku Leeya was de vader van Nyima Tsering, mijn grootvader. Hij kwam uit het Palungklooster, halverwege de helling van deze bergvallei, niet meer dan 3 kilometer van Pey-leb en 5 kilometervan Pey-ser. Zij volgen de Nyingma-traditie uit het Tibetaans Boeddhisme, waarbinnen zij kunnen trouwen en gezinnen hebben. Het Palungklooster lijkt meer op een boeddhistisch gemeenschapscentrum dan een klooster.
Een man heeft een vrouw, een gezin en een huis in een stad of in een dorp, waar hij het grootste deel van zijn tijd doorbrengt en verantwoordelijkheden deelt met zijn familie en de samenleving als geheel. Dezelfde man gaat naar het klooster en om rituelen en ceremonies uit te voeren en gebeden te reciteren. Hij vervult zijn taken in en buiten het klooster zoals monniken gewoon zijn.
Er waren waarschijnlijk rond de 30 praktiserenden vóór 1959 in Palung Choede, en de meerderheid van hen kwam uit de directe omgeving. Op dit moment zijn er niet meer dan 15 over.
Ik vind  het een zeer interessante manier om het boeddhisme te beoefenen en tegelijk in contact te staan met het leven, van een gezinsleven te genieten, en verantwoordelijkheid te nemen in de maatschappij.

Ugyan Norbu
vertaling TSG

Ugyan Norbu
foto: Pema Yoko

Ugyan Norbu werd geboren in Tibet. Hij woont momenteel in Londen, hij werkte bij het Tibet Society and Tibet Relief Fund en is actief binnen de Tibetaanse gemeenschap in Londen. Eerder woonde Ugyan in India en Noorwegen.